Corona maatregelen examen veiligheidscommunicatie onderaan deze pagina

 

wettelijke basis

Het examen is gebaseerd op de Europese wet- en regelgeving, en de vertaling daarvan naar Nederlandse wetgeving, met name het Besluit spoorwegpersoneel 2011 (BSP 2011) en de TSI OPE, exploitatie en verkeersleiding en de uitwerking daarvan door ProRail in Formulierenboek en Regeling communicatieprocedures.

De te toetsen vakbekwaamheidseisen staan verwoord in het examenprogramma; onderaan deze pagina te openen.

opbouw bevoegdheid

Het examen bestaat uit simulatie-opdrachten.
Er zullen drie korte casussen worden gespeeld, in totaal ongeveer 20 minuten. Het examen bevat kritische en niet-kritische punten. Kritische punten zijn punten die als ze fout worden gedaan direct gevaar kunnen opleveren voor de spoorwegveiligheid. Dat zijn fouten met betrekking tot:

  • identificatie
  • plaatsbepaling
  • het uitspreken van getallen, nummers
  • herhalen van het bericht
  • het invullen van variabelen op de Aanwijzingen

Als een kritisch punt fout wordt gedaan en niet wordt hersteld, wordt de casus met daarin de fout afgemaakt, eventuele casussen daarna worden ook afgemaakt. De kandidaat heeft een onvoldoende behaald.

Het examen wordt afgenomen door gecertificeerde examinatoren van VVRV.

In het examen veiligheidscommunicatie gaat het om gespreksregels en communicatieprocedures. Het gaat daarbij niet om de handelingen van de veiligheidsfunctionaris in zijn vakgebied, maar om de juiste toepassing van de regels en procedures veiligheidscommunicatie zoals beschreven in de Regeling Communicatieprocedures van Prorail.

toelatingseisen

  • De kennis van specifieke terminologie en kennis van de te volgen procedures is aanwezig. 
  • De kandidaat beschikt over voldoende kennis van het Nederlands om de gebruikelijke procescommunicatie te kunnen voeren en begrijpen (artikel 5 van het Besluit spoorwegpersoneel 2011). Het niveau dat minimaal nodig is om deze communicatie te kunnen uitvoeren is het niveau B1 zoals gedefinieerd door de CEF en de ongeveer gelijke taaleis in de Europese richtlijn 2007/59/EG bijlage VI, punt 8 en de TSI Operations (niveau 3). De kandidaat moet de taal duidelijk kunnen spreken; zonder dialect of accent dat de verstaanbaarheid negatief beïnvloedt.