Besluit mandaat, volmacht en machtiging Autoriteit Consument en Markt

BWBR0033132

Datum gepubliceerd op kennispunt:
10-02-2021

Datum oorspronkelijk besluit:
02-04-2013

Datum inwerkingtreding laatste wijziging:
02-07-2020

Besluit van de Minister van Economische Zaken van 2 april 2013, nr. WJZ / 13052618, houdende regels inzake de verlening van mandaat, volmacht en machtiging aan de ACM (Besluit mandaat, volmacht en machtiging ACM)

Bron: overheid_nl

Terug naar het overzicht
Besluit van de Minister van Economische Zaken van 2 april 2013, nr. WJZ / 13052618, houdende regels inzake de verlening van mandaat, volmacht en machtiging aan de ACM (Besluit mandaat, volmacht en machtiging ACM)
Besluit mandaat, volmacht en machtiging Autoriteit Consument en Markt
De Minister van Economische Zaken,
Gezien de schriftelijke instemming van de Autoriteit Consument en Markt;

Besluit:

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

Artikel 2
1

Aan de ACM wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend tot het nemen van besluiten en het verrichten van overige handelingen die verband houden met:

Artikel 3

Aan de ACM wordt mandaat en machtiging verleend tot het nemen van besluiten en het verrichten van overige handelingen die verband houden met de artikelen 4, vierde en vijfde lid, 9 en 22 van de EG concentratieverordening.

Artikel 4

Aan de ACM wordt op het werkterrein van de ACM volmacht en machtiging verleend voor het aangaan van privaatrechtelijke rechtshandelingen en voor de daarmee samenhangende handelingen, waaronder begrepen de P&O-aangelegenheden van de ACM.

Artikel 5

Aan de ACM wordt mandaat en machtiging verleend voor het behandelen van bezwaar- en beroepschriften gericht tegen besluiten als bedoeld in artikel 2, waaronder het nemen van beslissingen op bezwaarschriften en het instellen van (hoger) beroep.

Artikel 6
1

Voor de volgende P&O-aangelegenheden geldt dat deze slechts in overeenstemming met de directeur Bedrijfsvoering van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat kunnen plaatsvinden:

  • 1°.

    het opleggen van straffen als bedoeld in hoofdstuk 15 van de CAO Rijk;

  • 2°.

    het toekennen van financiële tegemoetkomingen op grond van sociaal flankerend beleid.

2

In afwijking van artikel 4 geldt het mandaat, de volmacht en de machtiging niet voor de volgende P&O-aangelegenheden:

  • a.

    beslissingen op bezwaarschriften inzake personeelsaangelegenheden;

  • b.

    het aangaan van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd met en het inlenen op basis van een uitzend- of detacheringsovereenkomst dan wel op basis van een overeenkomst van opdracht van een persoon die de AOW-leeftijd heeft bereikt;

  • c.

    het met wederzijds goedvinden beëindigen van een arbeidsovereenkomst, voor zover dit gepaard gaat met een financiële regeling waarin een geldelijke tegemoetkoming wordt verstrekt, anders of hoger dan die, bedoeld in artikel 7:673, tweede lid, en 7:671b, achtste lid, van het Burgerlijk Wetboek;

  • d.

    beslissingen ten aanzien van medewerkers voor wie salarisschaal 15 of hoger van paragraaf 6.3 van de CAO Rijk geldt, respectievelijk kandidaten voor functies, waarvoor die salarisschalen gelden, inhoudende:

    • 1°.

      het aanbieden en het beëindigen van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde of bepaalde tijd met betrekking tot ambtenaren werkzaam bij de directie bedrijfsvoering van de ACM;

    • 2°.

      het verlenen van langdurend bijzonder verlof ten behoeve van het vervullen van een functie bij een internationaalrechtelijke volkenrechtelijke organisatie, bedoeld in hoofdstuk 4 van de CAO Rijk ten behoeve van ambtenaren werkzaam bij de directie bedrijfsvoering van de ACM;

    • 3°.

      het opleggen van straffen als bedoeld in hoofdstuk 15 van de CAO Rijk;

    • 4°.

      het toekennen van een hogere salarisschaal van ambtenaren werkzaam bij de directie bedrijfsvoering van de ACM;

    • 5°.

      het beslissen omtrent toekennen van een terugkeergarantie;

    • 6°.

      het toekennen van verplichte en onverplichte schadeloosstellingen, vergoedingen en overige geldelijke tegemoetkomingen boven een bedrag van € 10.000;

    • 7°.

      het toekennen van financiële tegemoetkomingen op grond van sociaal flankerend beleid;

    • 8°.

      het opzeggen van een arbeidsovereenkomst om een dringende reden als bedoeld in artikel 7:677, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek;

  • e.

    de mogelijkheid van hoofdstuk 2 van de CAO Rijk om tijdelijke arbeidsovereenkomsten in zeer bijzondere situaties te sluiten, waarbij wordt afgeweken van hetgeen is geregeld in de CAO Rijk.

Artikel 7
1

De ACM kan voor de in de artikelen 2 tot en met 5 bedoelde aangelegenheden aan een afzonderlijk lid van de ACM slechts ondermandaat, volmacht en machtiging verlenen indien niet gewacht kan worden op een besluit van de ACM.

2

De ACM kan mandaat, volmacht en machtiging verlenen voor de in de artikelen 2 tot en met 5 bedoelde aangelegenheden aan een afzonderlijk lid van de ACM voor de schriftelijke afdoening en ondertekening van stukken die voortvloeien uit de door de ACM genomen besluiten.

3

De ACM kan voor de in de artikelen 2 tot en met 5 bedoelde aangelegenheden ondermandaat, volmacht en machtiging verlenen aan de ambtenaren werkzaam voor zijn organisatie.

4

De ACM kan voorts voor de in artikel 6 bedoelde P&O-aangelegenheden aan de ambtenaren werkzaam voor zijn organisatie ondermandaat, volmacht en machtiging verlenen.

Artikel 8
1

Het verlenen van ondermandaat, volmacht of machtiging alsmede wijziging daarvan, geschiedt schriftelijk en wat de formulering betreft in overeenstemming met de directeur Wetgeving en Juridische Zaken van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat.

2

Een afschrift van besluiten inzake ondermandaat, volmacht of machtiging als bedoeld in het vorige lid wordt gezonden aan de secretaris-generaal en aan de directeur Wetgeving en Juridische Zaken van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat en aan degenen aan wie krachtens dit besluit ondermandaat is verleend.

Artikel 9

Het krachtens mandaat, volmacht of machtiging ondertekenen van stukken geschiedt als volgt:

De Minister van Economische Zaken en Klimaat,

namens deze:

(handtekening)

(naam functionaris)

(functie)

Artikel 11

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na publicatie in de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 april 2013.

Artikel 12

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit mandaat, volmacht en machtiging Autoriteit Consument en Markt.

Dit besluit zal in de Staatscourant worden geplaatst.

‘s- Gravenhage 2 april 2013
De
Minister
van Economische Zaken,