wettelijke basis

Het examen is o.a. gebaseerd op artikel 5 van het Besluit spoorwegpersoneel 2011 (BSP 2011) betreffende de taalbeheersing van veiligheidsfunctionarissen, Richtlijn 2015/995/EU (TSI) en -voor machinisten- Richtlijn 2007/59/EU. Daarnaast is een lijst spoorse begrippen opgesteld. Deze kunt u onderaan deze pagina openen.

De te toetsen vakbekwaamheidseisen staan verwoord in het Examenprogramma. Deze is onderaan deze pagina te openen. Ook een toelichting op de taalniveaus kunt u hier openen.

opbouw bevoegdheid

Naam module Soort examen Tijdsduur van het examen
Algemene taalvaardigheid: lezen, luisteren, schrijven, spreken Theorie en praktijk (gesprek)

60 minuten theorie,

20-25 minuten praktijk

Taalvaardigheid: spoortermen Theorie en praktijk (gesprek)

30 minuten theorie,

30 minuten praktijk

 

Theorie-examen

Kennis en inzicht worden getoetst in een theorie-examen op de computer door middel van meerkeuze vragen, meer antwoordvragen en invulvragen. Het examen is aangepast aan het niveau dat past bij de betreffende veiligheidsfunctie.

Praktijkexamen

De taalvaardigheid in de praktijk wordt beproefd in een gesprek met een docent met een tweedegraads bevoegdheid Nederlands.

toelatingsvoorwaarden

Om toegelaten te worden tot de examens gelden geen specifieke voorwaarden.